Ria Freijsen

Duurzame Inzetbaarheid voor iedereen

“Ik ben me gaan realiseren dat ik in deze baan echt op de goede plek zit”.
“Ik ben gaan inzien dat ik te weinig aan mezelf toekom door een drukke baan en zware mantelzorg”.
“Ik weet nu hoe ik mijn laatste loopbaanjaar op een positieve manier wil invullen”.
“Ik heb besloten het lastige gesprek aan te gaan en weet hoe ik het zal aanpakken”
.

Dit zijn zo maar een paar reacties van medewerkers die mee hebben gedaan aan ons programma ‘Duurzame Inzetbaarheid voor iedereen’.

Duurzame inzetbaarheid is hot!

Organisaties zien steeds meer in, dat Duurzame Inzetbaarheid (DI) geen luxe is, maar prioriteit verdient om medewerkers betrokken en vitaal te houden.

Wij, Esther von Faber en ik, hebben een gevarieerd en aantrekkelijk DI-programma ontwikkeld voor teams, afdelingen en organisaties waar iedereen blij van wordt en dat voor voor elke medewerker inzetbaar is. Met als uitgangspunt:

kort, krachtig, op maat en betaalbaar.

We zijn ervan overtuigd, dat aandacht voor Duurzame Inzetbaarheid bijdraagt aan het vergroten van werkplezier en betrokkenheid van medewerkers. Aandacht voor DI kan o.a. verzuim helpen voorkomen omdat medewerkers stilstaan bij wat aandacht vraagt. Hierdoor dunnen ze tijdig regie nemen om erger te voorkomen.

Ons aanbod is kort, krachtig en op maat:

  • Kort en krachtig: 2 x 1,5 uur per persoon op de eigen locatie of wandelcoaching in de buurt.

  • Op maat: medewerkers kunnen kiezen uit meerdere coachmogelijkheden. Zoals een inspiratiewandeling, werkenergie analyse, loopbaanreflectie. De werkgever is faciliterend en de medewerker kiest wat het beste bij hem/haar aansluit.
  • Vrijheid: Medewerkers kiezen zelf of ze een werk- of privé onderwerp willen bespreken. Alle onderwerpen mogen er zijn. Het kan dus over van alles gaan: werkdruk, combinatie werk en mantelzorg, zingeving na pensionering, relatieprobleem, volgende loopbaanstap, voorbereiding op een lastig gesprek, voorkomen van burnout etc.
  • Privacy en veiligheid: geen verplichte terugkoppeling naar de leidinggevende.
  • Betaalbaar: maximaal 2 x 1,5 uur per medewerker, dus geen ellenlange en kostbare trajecten.

Zo gaan we te werk:

  • We gaan in gesprek met de leidinggevende en/of HR-adviseur en inventariseren gezamenlijk wat het meeste aansluit bij hun medewerkers en bij de situatie. Daar stemmen we ons aanbod op af. We geloven in maatwerk en doen wat is afgesproken!
  • Tijdens een gezamenlijke bijeenkomst met alle betrokken medewerkers presenteren we ons aanbod en onze aanpak. Direct na de bijeenkomst maakt iedereen een keuze voor de coachmogelijkheid die het beste bij hem/haar aansluit.
  • De uitvoering van de opdracht plannen we direct in. De doorlooptijd is kort, gemiddeld 3 à 4 maanden.
  • Na afloop vult iedere medewerker anoniem een evaluatie in en de resultaten bespreken we tijdens een eindgesprek met de leidinggevende en/of HR. We bespreken ook signalen die kunnen leiden tot verzuim, waarna extra coaching kan worden ingezet als follow up.

Eén van onze opdrachtgevers was de HvA/faculteit Sport, Bewegen en Voeding. Een werkgever die Duurzame Inzetbaarheid prioriteit geeft en waar wij succesvol de beschreven aanpak hebben mogen uitvoeren.

Reacties van de medewerkers:

  • De gesprekken hebben me tot actie aangezet
  • ik heb nieuwe inzichten en ideeën opgedaan
  • ik ben geïnspireerd geraakt
  • ik ben aan het denken gezet
  • ik ben tot een oplossing van een vraagstuk gekomen
  • ik ben anders naar mezelf gaan kijken
  • ik ben een gesprek aangegaan dat ik steeds had uitgesteld
  • ik weet nu wat me te doen staat.

Reacties van leidinggevenden:

  • Ik ervaar meer openheid in gesprekken.
  • De jaargesprekken zijn inhoudelijk beter geworden.
  • Ik bemerk een toename van flexibiliteit.
  • Ik zie een toename van eigen verantwoordelijkheid.

Wil jij voor jouw team of afdeling ook iets doen aan Duurzame Inzetbaarheid voor de medewerkers? Laat het ons weten:

mail riafreijsen@talentwerk.nl of bel 06 – 247 33 202

We denken graag mee welke opties het beste aansluiten bij jullie medewerkers.

©2019, deze blog is een coproductie van Ria Freijsen en Esther von Faber.

Van werkdruk naar werkgeluk

“Ik ben duidelijk tegen mijn grenzen aangelopen door een druk privéleven met kleine kinderen, een druk sociaal leven en een uitdagende nieuwe baan die veel van me vergde. Veel tijd voor mezelf bleef er niet over. Wat eerst energie gaf, ging me steeds meer energie kosten.”

“Mijn verandering is begonnen met erkennen van het probleem. Nadat ik me bewust was geworden dat IK het probleem was, kon ik toekomen aan het veranderen van mijn gedrag en het ondernemen van acties.”

  • Heb jij last van werkdruk? En functioneer je daardoor minder goed?
  • Ga je makkelijk over je grenzen heen?
  • Merk je dat je aan jezelf niet meer toekomt?
  • Ervaar je fysieke klachten?

Redenen genoeg om in actie te komen!

Wij, Esther von Faber en ik, hebben een aantal ex-cliënten van ons gevraagd wat hen het meest heeft geholpen om minder werkdruk te ervaren en meer in balans te komen. Hun ervaringen hebben we in deze blog gebundeld. Eén ding is ons wel duidelijk geworden: coaching bij werkdruk helpt!

Hieronder geven ervaringsdeskundigen aan wat hen het meest heeft geholpen om minder werkdruk te ervaren:

IK BEN MEZELF SERIEUS GAAN NEMEN

  • Een belangrijke stap naar verandering was het erkennen aan mezelf dat ik niet goed bezig was. En dat ik hiervoor hulp in moest schakelen.
  • Ik heb ontdekt dat ik de laatste jaren te hard heb gewerkt, zowel thuis als op het werk. Daardoor kwam ik niet meer aan mezelf toe. Ik realiseerde me, dat ik mijn eigen behoeftes serieus moest gaan nemen. Tijd inplannen voor mezelf (los van mijn gezin) is een must en geen luxe.
  • Ik heb geleerd om mijn lichamelijke signalen te herkennen en hiernaar te luisteren. Piekeren, kort lontje, blijven malen, moe, niet kunnen concentreren, slecht slapen neem ik nu voortaan serieus.
  • Ik ben gaan inzien dat enkele van mijn sterke eigenschappen (zoals mijn perfectionisme en verantwoordelijkheidsgevoel) er continue voor zorgen dat ik (onterecht) teveel van mezelf vraag, zowel in privésituaties als in werk.

IK BEN GAAN PRATEN

  • Ik ben in gesprek gegaan met mijn leidinggevende. Zij raadde me aan om een coach in de arm te nemen en dat aanbod heb ik met beide handen aangegrepen. Mijn tip is dus: Blijf er niet alleen mee worstelen, maar schakel hulp in. En praat er thuis ook over.
  • Door de coachgesprekken ben ik gaan inzien waardoor ik werkstress kreeg en wat de impact hiervan was op alle facetten van mijn leven. Toen pas kon ik uit de neerwaartse spiraal komen.
  • Ik ben mijn eigen gevoelens beter gaan begrijpen waardoor ik er makkelijker over kon praten. Ik ben me ook bewust geworden van mijn eigen handelen. Ik weet nu wat ik wil, maar vooral wat ik niet meer wil.
  • Door de gesprekken en de oefeningen met mijn coach ben ik me gaan realiseren dat ik mijn gedrag moet veranderen en dat ik mijn ambities (op dit moment althans) wat moet aanpassen.
  • De coach was een belangrijke steun in de rug om weer grip op mijn leven te krijgen.

IK BEN MET MEZELF AAN DE SLAG GEGAAN

  • Door de coaching kreeg ik het inzicht dat ik mijn eigen werkdruk en problemen zelf in stand hield. Ik leerde waar ik invloed op uit kon oefenen en wat ik los moest laten omdat ik er geen invloed op kon uitoefenen. Door deze handvatten kon ik het tij keren.
  • Ik ben minder werkdruk gaan ervaren door een aantal (simpele) aanpassingen te doen in mijn manier van werken.
  • Ik heb mijn grenzen beter leren kennen en heb geleerd om prioriteiten te stellen. Nu weet ik wanneer ik moet stoppen.

TENSLOTTE NOG WAT TIPS OM BETER MET WERKDRUK OM TE GAAN

  • Blok elke werkdag tijd in je agenda voor je eigen werk! Maak dus niet alleen afspraken met anderen, maar ook met jezelf.
  • Plan ook privé tijd voor jezelf, los van je gezin, mantelzorg etc. Communiceer hier duidelijk over en geef er prioriteit aan.
  • Plan of creëer ‘oplaadmomenten’ in je werkdag. Welke helpen jou het beste?
  • Breng focus aan in je werk zodat je je beter kunt concentreren. Zet email, pop-ups, telefoon of andere afleidingen uit, zodat je rust krijgt in je werk.
  • Zorg ervoor dat je zo min mogelijk cc-tjes krijgt. Allemaal lees-ballast.
  • Bekijk nog eens kritisch je app/social media gedrag. En kijk ook welke groep-app je kunt verlaten.
  • Neem de tijd om te lunchen en ga op tijd naar huis. Werk niet te lang door, morgen is er weer een nieuwe dag. Stop met samen lunchen in het bedrijfsrestaurant als je dat niet wilt. Durf de norm te doorbreken.
  • Streef naar progressie in plaats van perfectie.
  • Herken je ‘excuus-zinnen’ als signaal dat je met jezelf aan het sjoemelen bent. Bijvoorbeeld: ach, ik doe het wel even, het is een kleine moeite’.
  • Ben je gevoelig voor prikkels uit je omgeving? Bespreek dan wat je eraan kunt veranderen.
  • Kijk of je taken beter kunt verdelen door anderen te betrekken.
  • Bedenk elke dag wat er nodig is of wat je wilt bereiken om tevreden naar huis te gaan (i.p.v. weer niet aan toegekomen). Dit helpt om te focussen op wat wél goed is gegaan.
  • Stel prioriteiten door jezelf deze vragen te stellen:

Wil jij ook beter leren omgaan met werkdruk? Kom dan eens praten. Want coaching helpt echt!

Bel 06-24733202 of mail riafreijsen@talentwerk.nl

©2019, deze blog is een coproductie van Ria Freijsen en Esther von Faber.

Verwachtingen afstemmen: hoe doe je dat?

  • Sta je altijd voor iedereen klaar en zeg je overal ja op?
  • Wil je het anderen graag naar de zin maken?
  • Ga je meteen aan de slag als iemand je wat vraagt?
  • Is een afspraak met een ander belangrijker dan een afspraak met jezelf?

In mijn coachpraktijk kom ik regelmatig mensen tegen die moeite hebben met het stellen van grenzen. Ze willen het graag voor iedereen goed doen en zijn altijd bereid om aan de verwachtingen van anderen te voldoen. Maar ja, hoewel dit gedrag erg fijn is voor anderen, kan het verkeerd uitpakken voor jezelf!

1 – WANNEER GAAT HET MIS?

Als verwachtingen niet helder zijn of tot misverstanden leiden, dan levert dat irritatie, frustratie, teleurstelling en stress op. Ruis in de communicatie komt helaas vaker voor dan je zou willen. Het gaat mis als je – bewust of onbewust – niet eerlijk of transparant bent.

  • Je zegt ‘ja’, maar je doet het niet.
  • Je zegt iets toe en later blijkt, dat je het toch niet wilt of kunt.
  • Je zegt ‘ja’ tegen een vraag, maar je weet eigenlijk niet goed wat er van je wordt verwacht.
  • Je gaat meteen aan de slag zonder precies te weten wat je moet doen. Met het risico dat hij de verkeerde dingen doet in de ogen van de ander.
  • Je durft geen nee te zeggen of vragen te stellen, omdat je bang bent afgewezen te worden.

2 – WAT ZIJN JE RISICO’S ALS JE HIERMEE DOOR BLIJFT GAAN?

Mensen (zoals jij) die hiermee worstelen hebben vaak moeite om nee te zeggen of om vragen te stellen. Ze willen collegiaal zijn en denken dat anderen hen alleen waarderen als ze altijd en overal ja op zeggen.

  • Je brengt jezelf in de problemen omdat jouw eigen werk niet op tijd af komt.
  • Je werkt zo hard voor anderen, dat je eigen planning in de war raakt.
  • Je bent zo behulpzaam, dat anderen steeds passiever worden.
  • Je gaat zo snel aan de slag met de vraag van een ander, dat je onvoldoende tijd neemt om in te onderzoeken wat er echt van je wordt verwacht.
  • Je neemt zoveel hooi op de vork, dat je het overzicht kwijt raakt en stress gaat ervaren.

3 – AFSTEMMEN VAN VERWACHTINGEN: HOE DOE JE DAT?

Stap 1. Creëer duidelijkheid voor jezelf

Het managen van verwachtingen begint bij jezelf. Het is belangrijk, dat je grip hebt op je eigen werk. Dat je weet wat je moet doen, wanneer je dat moet doen, hoeveel tijd je dat kost, wat het resultaat moet zijn en wat je deadlines zijn. Hierdoor kun je beter inschatten in hoeverre je een ander kunt helpen of aan vragen van anderen kunt voldoen. Daarnaast is het belangrijk om jezelf goed te kennen.

  • Ben je een pleaser?
  • Vind je het moeilijk om nee te zeggen?
  • Ben je bang om niet aardig gevonden te worden?
  • Durf je niet goed door te vragen?

Als je wilt leren om effectiever te communiceren en beter voor jezelf op te komen, kijk dan eens naar de tips hieronder. Lukt het je toch niet, neem dan bijvoorbeeld eens een coach in de hand.

DOEN:

  • Beter voor jezelf en je eigen werk opkomen.
  • Jezelf en je eigen werk serieus nemen.
  • Grenzen aangeven, je niet laten ondersneeuwen
  • Af en toe ook voor jezelf kiezen.
  • Niet meteen ja zeggen, maar eerst goed doorvragen.
  • Een afspraak met jezelf is even heilig als een afspraak met een ander.

Stap 2. Onderzoek verwachtingen van de ander

Het is belangrijk om de verwachtingen van anderen goed te leren kennen. Het afstemmen heeft te maken met vragen stellen en doorvragen naar verwachtingen van de ander, aangeven van je eigen grenzen hierbij, duidelijk communiceren over wat de ander wel/niet van jou kan verwachten en maken van duidelijke afspraken. Ga dus niet meteen aan de slag als iemand je iets vraagt.

DOEN:

  • Wat is de vraag precies? wat houdt klus precies in?
  • Wat verwachte je dat ik ga doen?
  • Hoe belangrijk/urgent is de klus? Moet het nu of kan het later?
  • Wanneer moet het klaar zijn?
  • Ben ik de aangewezen persoon om die klus te doen?

DOEN:

  • Hoeveel tijd gaat die klus mij kosten?
  • Kan ik het erbij doen als ik naar mijn eigen werk kijk?
  • Zo niet, heb ik een alternatief?
  • Als het nu niet kan, wanneer zou ik het wel kunnen doen?
  • Wanneer weet ik wanneer ik het wel/niet kan doen?
  • Moet IK het eigenlijk doen of kan iemand anders het doen?


Stap 3: Communiceer met elkaar over verwachtingen

Hieronder volgen een aantal voorbeeldzinnen waarbij je geen ‘nee’ verkoopt, maar je grenzen en mogelijkheden aangeeft.

  • Kun je iets meer vertellen wat de opdracht precies inhoud en wat je van mij verwacht?
  • Hoeveel tijd schat je in dat deze opdracht mij gaat kosten?
  • Vind je het goed dat ik even mijn agenda raadpleeg om te kijken wanneer het me lukt om je te helpen?
  • Ik kan nog niet goed overzicht of en wanneer ik er tijd voor heb. Ik laat je voor de lunch (of uiterlijk morgen) weten welke mogelijkheden ik heb.
  • Als je wilt dat ik het doe, dan kan dat pas volgende week. Deze week moet ik echt aan een paar eigen deadlines werken.
  • Ik kan een halve dag tijd voor je vrijmaken, wat wil je dan dat ik in die tijd doe?
  • Ik kan óf de tekst voor je nakijken óf de opmaak bekijken. Allebei lukt niet. Wat wil je dat ik doe?
  • Als ik jouw opdracht nu moet doen, dan heeft dat consequenties voor mijn eigen werk. Ik wil dit eerst even met mijn leidinggevende bespreken.
  • Mij lukt het vandaag niet. Is er iemand anders die je hierbij kan helpen?
  • Als jouw leidinggevende je vraagt om een klus erbij te doen, dan kun je zeggen: Als ik jouw opdracht moet doen, dan heeft dat consequenties voor mijn eigen werk. Wat heeft prioriteit volgens jou? Wat kan ik laten vallen?
  • Even checken: heb ik nou goed begrepen dat je van mij verwacht dat ik …….

En hier nog een paar korte intro-zinnen:

  • Ik wil er graag even over nadenken.
  • Kan ik er later op terugkomen?
  • Ik ga het eerst even overleggen met ….
  • Ik zou willen voorstellen om ….
  • Ik heb je hulp nodig bij ….
  • Ik heb er goed over nagedacht en ben tot de conclusie gekomen dat ….
  • Ik zou je wel willen helpen, maar helaas ….
  • Nee sorry, ik kan echt niet.

SUCCES!

Goed gesprek voeren? Bereid je voor!

Kan jij ook zo opzien tegen een lastig gesprek? Of denk je naderhand ‘had ik nou maar…’ of ‘weer niet gelukt om …’. Soms besef je pas (te) laat, dat je niet bereikt hebt wat je wilde. Of dat het niet helemaal helder was wat je eigenlijk wilde bereiken. Bovenstaande kom ik in mijn coachgesprekken regelmatig tegen. Vraag ik erover door, dan merk ik dat mijn cliënten meestal te veel last hebben van hun eigen emoties. Ook een goede voorbereiding ontbreekt. Dat maakt de kans op succes een stuk kleiner. Een goede voorbereiding is dus essentieel voor een succesvol gespreksresultaat!

Twee cliënten die bij mij een coachtraject volgden wilden meer uit hun gesprekken halen. Allebei zagen erg op tegen een lastig gesprek dat ze moesten voeren en stelden het alsmaar uit. Samen hebben we de gesprekken voorbereid. Hoe ze uiteindelijk uitpakten delen ze hier graag.

Zorg dat je wensenlijstje heel concreet is

Renate (50) werkt fulltime als financieel manager bij een groeiend Retail bedrijf. Ze rapporteert aan de CFO, totdat deze ermee stopt en de functie niet wordt opgevuld. Voor haar betekent het meer verantwoordelijkheid, meer uren en nog minder tijd voor thuis. De twijfel slaat toe. Is dit wat ze wil?

Renate: “Voordat ik het wist kreeg ik er allerlei CFO-taken bij. M’n carrière ging een kant op die ik eigenlijk niet wilde. Maar ik zei het niet. Ondertussen was er zoveel werk, dat ik alles snel en half deed. Ik werkte steeds harder en werd er doodongelukkig van. Waarom greep ik niet in? Door al mijn getwijfel en besluiteloosheid ben ik hulp gaan zoeken en kwam ik bij Ria terecht.”

Andere ambities

Tijdens mijn gesprekken met Ria leerde ik om mijn gedachten een halt toe te roepen. Begreep ik beter waarom ik het lastig vond om ‘nee’ te zeggen. Uiteindelijk was ik sterk genoeg om mijn CEO te vertellen dat ik de CFO-functie niet ambieerde en gelukkig kwam er na acht maanden eindelijk een nieuwe financiële baas. Ik kreeg weer vertrouwen. Toch wist ik dat er nog een gesprek gevoerd moest worden. Eentje waarbij ik moest laten weten wat ik dan wel wilde! Dit veel te drukke half jaar had me duidelijk gemaakt dat de balans tussen werk en privé helemaal zoek was. Zo wilde ik niet doorgaan.”

Wensenlijstje

“Spannend vond ik het gesprek. Al 18 jaar werk ik samen met mijn baas en ik was bang dat emotie de overhand zou nemen. Samen met Ria heb ik daarom dit gesprek goed voorbereid. Helder gekregen wat ik nu eigenlijk wilde en wat ik wilde bereiken. Zowel thuis als op het werk. Zo werd mijn wensenlijstje heel concreet: 1 dag minder werken, langere vakanties om te gaan reizen en alleen maar CFO ondersteunend werk. Ik had me ook voorbereid op de tegenwerpingen die misschien zouden komen en hoe ik hierop zou reageren. Door mijn verhaal vooraf in een vorm te gieten, kwam ik beslagen ten ijs en werd het een constructief gesprek. Mijn baas begreep me goed en stond open voor al mijn punten. Wat een opluchting!

Sinds een maand ben ik nu altijd op vrijdag vrij, de CFO-taken liggen echt bij de CFO en er is weer rust in m’n hoofd. En superfijn: binnenkort vertrek ik samen met mijn man voor een reis van 4 weken. Natuurlijk ga ik een moeilijk gesprek nog wel eens uit de weg of hik ik er tegenaan. Maar ik heb geleerd dat een goede voorbereiding echt het halve werk is.”

Conflicten vermijden: ik was er een ster in!

Wat doe je als een collega IT-manager steeds maar weer bepaalde taken – die toch echt bij hem horen – naar jou doorschuift? Er persoonlijk iets van zeggen! Natuurlijk ligt dat het meest voor de hand. Toch deed Cynthia (39) het niet. Tenminste niet meteen. Totdat ze de juiste tools kreeg.

Cynthia: “Ik was al een paar keer bij Ria geweest voor een coachgesprek en het viel haar op dat ik herhaaldelijk klaagde over een collega die allerlei taken van zich afschoof. Waarom ik dit dan niet persoonlijk met de persoon in kwestie besprak? Het zat me immers hoog. Maar ik durfde gewoonweg de confrontatie niet aan te gaan. Dus pakte ik die extra taken er maar bij, zocht zelf naar een oplossing. En klaagde vrolijk verder.”

Negatief en gefrustreerd

“In onze gesprekken kwam ik erachter dat ik ben opgegroeid met het idee om alles zelf uit te zoeken, om conflicten te vermijden. Ik heb een hekel aan ruzie, zowel thuis als op het werk. Dus op m’n werk slikte ik alles maar ‘gewoon’ en loste de problemen zelf wel op. Maar juist door niets te zeggen raakte ik gefrustreerd. Ik ging meer en meer met m’n hakken in het zand en werd ik als persoon steeds negatiever. Er moest iets gebeuren om deze spiraal te doorbreken.”

“Samen met Ria heb ik toen mijn gesprek met die collega – die niks wist van mijn frustratie – voorbereid aan de hand van een vragenlijst. Zo kreeg ik helder wat het doel was van dit gesprek en wat ik wilde bereiken. Belangrijk voor mij was dat mijn boodschap goed zou overkomen. Niet om mijn collega af te vallen, maar juist om tot een betere samenwerking te komen. Elkaar te ondersteunen, in plaats van werk over de schutting te gooien. Daar ging het mij om.”

Voldoening voor beide

“Uiteindelijk hadden we een heel fijn gesprek waar we beide veel voldoening uithaalden. Dat was best gaaf. Mijn collega steunde me juist in het gegeven dat ik niet alles zelf hoefde te doen. Hij gaf toe dat hij niet goed wist hoe hij bepaalde taken moest uitvoeren en stuurde ze daarom door naar mij. Ik werkte hier al zo lang, kende dus de processen. Lekker makkelijk soms voor anderen. Door mijn collega er attent op te maken bij wie hij wel moest zijn of hoe hij het zelf kon oppakken werd er veel duidelijk. Dat gaf hem ook rust. Zo zie je maar dat onwetendheid vaak onnodig voor problemen zorgt. Dit gesprek hadden we eigenlijk veel eerder moeten voeren. Klagen bracht me nergens. Nu weet ik dat de juiste tools en een goede voorbereiding een confrontatie zoveel makkelijker maken. Wat een opluchting!”

Gespreksvoorbereiding in 6 stappen

Stap 1 – Wat is de situatie?

Een belangrijke 1e stap is dat je cliënt goed zicht krijgt op de situatie: Waar gaat het precies over, wie zijn erbij betrokken, wat is het probleem en wat zijn de effecten in de praktijk. Ik let er goed op dat de informatie uit eigen waarneming wordt verkregen en niet via via. Vervolgens onderzoek ik de emoties van mijn cliënt: hoe heeft hij last van de situatie, waar wil hij vanaf en wat zou hij het liefste willen? Daarna vraag ik mijn cliënt om zich in de ander te verplaatsen wat hij aan reacties kan verwachten en wat die met hem doen? Tenslotte staan we stil bij de aanleiding: waarom kiest hij er juist nu voor om het gesprek aan te gaan.

Stap 2 – Wat wil je bereiken?

Het is erg belangrijk om een onderscheid te maken tussen doel en resultaat. Een doel ligt vaak wat verder weg en is doorgaans niet in één gesprek te bereiken. Daarom is het goed om voor ieder gesprek een gespreksresultaat te formuleren. Vragen die ik aan mijn cliënt stel zijn bijvoorbeeld: met welk resultaat ben je tevreden aan het einde van het gesprek? Wat wil je in elk geval bereikt hebben? Soms kan het helpen om zijn boodschap helder te krijgen, bijvoorbeeld ‘zo gaat het niet langer’ of ‘er moet nu echt iets gebeuren’.

Stap 3 – Wat voor soort gesprek wordt het?

Elk gesprek heeft een ander karakter en een andere aanpak. Daarom is het goed om vooraf te bedenken wat voor soort gesprek het wordt. Ik benoem de soorten gesprekken die er zijn. Desgewenst licht ik de verschillen toe, zodat mijn cliënt een goede keuze kan maken. Daarna bespreken we de aanpak, regels en aandachtspunten van de gekozen aanpak. Regelmatig geeft het de cliënt extra steun door de regels van feedback geven en ontvangen toe te lichten.

  • Aanspreken, feedback geven
  • Explorerend gesprek
  • Slechtnieuwsgesprek
  • Functioneringsgesprek
  • Beoordelingsgesprek
  • Disciplinegesprek
Stap 4 – Hoe ga je het gesprek aanpakken?

Bij de voorbereiding van een lastig gesprek sta ik ook altijd stil bij de aanpak ervan. Allereerst de intro: hoe begint het gesprek? Wat zeg je het eerst, wat daarna. Wanneer wil je de boodschap vertellen? Vervolgens bespreken we samen de gespreksagenda, vergelijkbaar met een agenda voor een vergadering of werkoverleg, met een duidelijke volgorde: welk punt komt eerst aan bod, welk punt daarna.

Afhankelijk van het soort gesprek bespreken we wanneer en hoeveel ruimte er is voor de ander. In een explorerend gesprek is die ruimte bijvoorbeeld vele malen groter dan in een disciplinegesprek. Wanneer alles is gezegd en gehoord, dan is een samenvatting van de belangrijkste punten een must.

Stap 5 – Wat zijn de afspraken?

De laatste stap van een gesprek is de afronding. Daarbij gaat het allereerst om het maken van goede en concrete afspraken: wie gaat wat doen, wanneer en wanneer kom je erop terug. Ik stimuleer mijn cliënt om na afloop van een gesprek een kort verslag te maken van de belangrijkste bespreekpunten en de gemaakte afspraken. Ter afronding is het altijd goed om te bespreken hoe het gesprek is ervaren en de ander te bedanken.

Stap 6 – Wat wil je leren?

Als we het gesprek van A tot Z goed hebben doorgesproken en voorbereid dan volgt de laatste stap. Zijn er nog belemmeringen die mijn cliënt ervaart om het gesprek met die ander aan te gaan. Waar is hij bang voor? Wat vindt hij moeilijk? Waar ziet hij tegenop?

Is dit voldoende geëxploreerd, dan staan we stil bij wat hij wil leren, hoe hij dat voor elkaar gaat krijgen en hoe hij om wil gaan met de te verwachten reacties van de ander en die van hemzelf. Ook wat hij kan doen om te voorkomen dat hij in zijn eigen valkuil trapt tijdens het gesprek. Een goede voorbereiding is het halve werk!

Wil jij ook meer uit je gesprekken halen? Laat me je dan helpen!

Op verzoek van de geïnterviewden zijn de namen van Renate en Cynthia gefingeerd.
©2018, tekst & interviews: Ria Freijsen, Talentwerk en Sabina Bles, Het Woordenbureau.

DOEN of LATEN?

Of je tevreden bent over je werk, kun je afmeten aan vijf factoren. Benut jij je talenten? Is er voldoende uitdaging en autonomie? Doe je zinvol werk? Heb je goede relaties met collega’s en voel je je eerlijk behandeld? Zodra één of meerdere factoren wringen, krijg je daar net als Anna en Sandra last van. Tijd voor actie dus.

In deze blog vertellen Anna (25) en Sandra (47) hoe ze aan de slag zijn gegaan met hun ontevredenheid. Allebei wilden ze geen langdurig en kostbaar loopbaantraject, omdat ze het zelf moesten betalen. Wel wilden ze heel graag antwoord op de vragen ‘wat wil ik nou écht en waar komen mijn talenten het beste tot hun recht’. Ik koos voor de Doen & Laten box, een prachtig instrument om snel tot de kern te komen.

Doen & Laten Box

De door Annet Brinkhuis ontwikkelde Doen & Laten Box is een kaartspel waarmee je op een speelse manier ontdekt welke activiteiten het beste aansluiten bij je kwaliteiten. Je leert waar je energie van krijgt in je werk en wat je dus vooral moet gaan doen. Ook wordt duidelijk waardoor je energie verliest en wat je dus maar beter kunt laten. Tenslotte krijg je zicht op wat je verder wilt ontwikkelen. Zo krijg je in een paar gesprekken antwoord op je vragen.

Wat past echt bij mij?

Anna (25) werkt alweer twee jaar als projectleider Marktonderzoek in Amsterdam. Een full time baan met een fijn salaris. Maar toch knaagt er iets. Is dit het nou? Ze twijfelt erg of dit de baan en carrière zijn die echt bij haar passen. In haar zoektocht naar antwoorden komt ze al googelend uit bij de praktijk van Ria. Klaar om haar carrière eens onder de loep te nemen.

Anna: “Met Ria bespreek ik mijn twijfels over m’n studie Planologie en werkrichting. Ik zie me niet nog jaren als onderzoeker werken in een 9 tot 5 baan. Ik doe nu op kantoor veel onderzoekswerk achter de computer, wat vaak op hetzelfde neerkomt. Ik merk dat ik daar niet echt blij van word. Volgens mij kan ik veel meer uit mezelf halen en laat ik nu talenten onbenut. Volgens Ria is de Doen & Laten Box een prima instrument om daar achter te komen.”

Spelen en helpen

“We gaan aan de slag met het spel dat uit 65 activiteitenkaartjes bestaat. Eerst geef ik bij alle kaartjes met uiteenlopende activiteiten aan in hoeverre ik ze wel of niet leuk vind om te doen. Daarna volgt de vraag in hoeverre ik die activiteiten wel of niet goed kan.

Al snel wordt zichtbaar wat me energie geeft en waar mijn talenten liggen. Als een soort rode draad komen ‘spelen’ en ‘helpen’ naar voren. Ook wordt duidelijk dat ik graag met kinderen omga en dat muziek heel belangrijk voor me is. Ik geef in mijn vrije tijd muziekles aan kinderen en organiseer allerlei activiteiten voor ze. De vraag is dus of ik hier mijn baan van zou willen maken. Na ons gesprek ga ik hierover met allerlei mensen in gesprek. Ontzettend leuk en leerzaam. Maar erover doorpratend ontdek ik, dat dit nu vooral een hobby moet blijven.”

Op onderzoek

“De kaartjes tonen ook aan dat ik erg van planologie houd. Ik ben het niet voor niets gaan studeren. Alleen past mijn huidige functie niet meer bij mijn interesses. We gaan daarom op zoek naar variaties in het beroep van planoloog. De vacatures en beroepen in Jobport – een professionele vacature- en beroepen zoekmachine – helpen daar goed bij. Maar het meeste inzicht geven de gesprekken die ik met verschillende mensen heb gevoerd.”

Wat ’n boost

“Uit mijn korte loopbaanonderzoek komt duidelijk naar voren dat ik een match heb met kindercoach én planoloog. Mijn conclusie is dat ik op korte termijn op zoek ga naar baan als planoloog, met meer focus op ruimtelijke ontwikkeling en contact met mensen. Het liefst bij de overheid. Ik wil meer achter dat bureau vandaan. Ik weet nu ook dat ik op de lange termijn zeker iets ga doen met kindercoaching en dat ik hier het beste mee kan beginnen naast mijn baan. Wel fijn hoor, om jezelf eens goed onder de loep te nemen. Ik weet nu wat ik kan en wat bij me past. Dat geeft je echt een boost!”

Ben ik op de goede weg?

De afgelopen tijd kreeg Sandra (47) zowel privé als op het werk nogal wat voor haar kiezen. Dit zorgde ervoor dat ze met een burn-out thuis kwam te zitten. Inmiddels is ze weer aan het re-integreren en heeft ze gekozen voor een kort loopbaantraject bij Ria. ‘Om te weten of ik op de goede weg ben.’

Twee sessies

Sandra: “Eenmaal thuis met een burnout op de bank heb je ontzettend veel tijd om na te denken. Over wie je bent, wat je wilt, wat je kan. Je blijft maar malen. Ik was mezelf een beetje kwijt en kon wel wat hulp gebruiken. Door al dat denken twijfelde ik enorm aan m’n baan als juridisch secretaresse. Ligt daar echt mijn hart? Misschien heb ik wel hele andere talenten die ik nu onbenut laat? Met die vragen kwam ik bij Ria terecht. Budget technisch moest ik kiezen voor een kort loopbaantraject van twee sessies en een LoopbaanScan. Gelukkig kom je daar een heel eind mee.”

Taart bakken

“Voor ons eerste gesprek kreeg ik de opdracht om thuis de online LoopbaanScan te maken. Deze bestaat uit vijf online vragenlijsten, die meer inzicht geven in wie ik ben, waar ik energie van krijg en welke kwaliteiten ik het beste kan inzetten in mijn werk. De resultaten bespreken we pas tijdens ons tweede gesprek. Want eerst ga ik in sessie één aan de slag met de Doen & Laten Box met 65 activiteitenkaartjes. Hieruit moet blijken wat ik wel en niet leuk vind om te doen in een baan, waar ik energie van krijg en welke activiteiten de moeite waard zijn om te ontdekken.

Wanneer het spel is gespeeld springen vier activiteiten er uit: taal & tekst, creatief, fysiek en zelfstandig ondernemer. Ik zie de ingrediënten op tafel liggen, maar kan er nog geen taart van bakken. In mijn huidige baan ben ik eigenlijk alleen met taal & tekst bezig. In ons gesprek komt duidelijk naar voren, dat ik graag meer met taal wil doen, ik ben gek op lezen en stamboomonderzoek, scherp op grammatica en goed in redigeren van teksten. Bijvoorbeeld bij een bibliotheek, uitgeverij of gemeentelijk archief. Of werken als taalcoach om buitenlanders te ondersteunen met allerlei formulieren.”

Vertrouwen

“Tijdens onze tweede sessie bespreken we de resterende activiteitenkaartjes en de uitkomsten van de LoopbaanScan. Hierin vind ik veel herkenning. We onderzoeken mijn creatieve interesses en vinden de link met taal. Ik vind het bijvoorbeeld erg leuk om uitnodigingskaarten te illustreren met mooie letters en cijfers. Vooralsnog blijft het een hobby. Fysiek krijgt betekenis in beroepen waarin ik mensen kan helpen door met mijn handen te werken. Bijvoorbeeld iets in de wellness branche. Het mooie is, dat de Scan handvatten geeft voor concrete interessegebieden en sectoren. Momenteel laat ik het thuis in alle rust bezinken. Ik voer gesprekken met mensen en denk na over de verschillende opties. Misschien moet ik wel gaan denken aan een kantoorbaan voor een paar dagen en dan nog iets creatiefs voor ernaast. Op dit moment houd ik m’n opties nog open…..”

Doen & Laten Box in 6 stappen

 Stap 1: Wat doe ik graag?

Voordat mijn cliënt aan de slag gaat leg ik 5 aantrekkelijkheidskaarten onder elkaar op tafel neer: Doe ik heel graag | Doe ik met plezier | Neutraal | Doe ik liever niet | Heb ik een hekel aan. Vervolgens vraag ik mijn cliënt om de 65 activiteitenkaarten achter deze 5 kaarten te leggen. De enige vraag die telt is ‘Hoe leuk vind ik het om deze activiteiten te doen’?

Stap 2: Waar ben ik goed in?

Zijn alle activiteitenkaarten gelegd, dan plaats ik de 3 ervaringskaarten naast elkaar bovenaan op de tafel. Van links naar rechts zijn dat: Ben ik heel goed in | Redelijk goed in | Niet zo goed in/weet ik niet. Vervolgens vraag ik aan mijn cliënt om de 65 activiteitenkaartjes per rij onder deze 3 kaarten neer te leggen. De enige vraag die hierbij telt is ‘Hoe goed ben ik in deze activiteit’?

Stap 3: Uitleg over de 5 velden

Als alle kaarten zijn gelegd (dit duurt ongeveer een half uur) dan zie je op tafel achter elke aantrekkelijkheidskaart een of meerdere ervaringskaarten liggen. Om hier structuur in te krijgen, breng ik een aantal lijnen aan met geleurd plaktape. Hierdoor worden de 5 verschillende velden zichtbaar.

DOEN!: Het zou prachtig zijn als de activiteiten in dit veld in je (volgende) baan zitten, want ze passen goed bij wat je wilt en kunt.
ONTPLOOIEN!: In dit veld ligt je uitdaging en je ontwikkelmogelijkheden.
VONDST!: De kaartjes in dit veld vragen om nader onderzoek.
BERADEN!: De vraag hier is: wat wil je ermee? Je bent er goed in, maar je vindt het niet leuk.
LATEN!: De kaartjes in dit veld spreken duidelijke taal: je vindt deze activiteiten niet leuk en je kunt ze ook niet goed. Laten dus!

Stap 4: Exploreren van de velden

De belangrijkste stap volgt nu, namelijk het grondig exploreren van de kaartjes. Te beginnen met het veld DOEN! Want daar zit de energie. Kaartje voor kaartje stel ik allerlei vragen en hier neem ik veel tijd voor. Bijvoorbeeld: Wat precies vind je er zo leuk aan, vertel er eens over. Wanneer heb je er ervaring mee opgedaan en hoe ging dat? Stel dat je deze activiteit in je volgende baan zou kunnen doen, hoe zie je dat dan voor je? Hierbij doe ik een beroep op de ervaringen en op de fantasie. Het exploreren van dit veld duurt de rest van het eerste gesprek. Als er nog tijd over is bespreken we één van de andere velden. Na het 1e gesprek maken we een foto van de kaartjes en leg ik ze vast in een format, zodat ze bij ons volgende gesprek meteen weer goed op tafel liggen.

Stap 5: Opdracht mee naar huis

Een opdracht kan bijvoorbeeld zijn: Vraag aan een aantal mensen wat voor kwaliteiten zij bij jou zien. Of: Zoek in je netwerk naar mensen die jouw droombaan doen en ga met hen in gesprek. Zo kun je onderzoeken of de gewenste richting echt bij je past en wat je moet doen om er te komen. Een opdracht kan ook zijn: Zoek een aantal vacatures waar je jouw gewenste activiteiten in terugvindt. Een prachtig hulpmiddel hierbij is Jobport, een professionele vacature- en beroepenzoekmachine. De uitwerking van de opdracht is input voor het 2e gesprek.

Stap 6: Bespreken opdracht en afronden

Het 2e gesprek staat in het teken van de gemaakte opdracht en de rest van de activiteitenkaartjes. Zo ontstaat een compleet beeld van de nieuwe loopbaanrichting. Aan het einde van het gesprek staan we stil bij de vraag of er nog een 3e gesprek nodig is. Soms volgt er nog een opdracht voor thuis.

Extra’s: LoopbaanScan en Jobport

Naast de Doen & Laten Box zet ik bij sommige cliënten ook nog de LoopbaanScan in. Dit zijn vijf gevalideerde online-vragenlijsten die de cliënt thuis invult vóór het 1e gesprek. De uitgebreide loopbaanrapportage stuur ik pas op ná het 1e gesprek en deze bespreken we in het 2e gesprek. Hierdoor kunnen we de uitkomsten goed met elkaar vergelijken. De rapportage geeft vaak een bevestiging, maar ook aanvullende informatie over persoonlijkheid, talenten, drijfveren, interessegebieden en competenties. Als mensen het moeilijk vinden om hun interesses en kwaliteiten te vertalen naar banen en vacatures, zet ik Jobport in.

Wil jij ook snel zicht op je volgende stap? Kom dan eens langs!

* Op verzoek van de geïnterviewden zijn de namen van Anna en Sandra gefingeerd.
©2017, tekst & interviews: Ria Freijsen, Talentwerk en Sabina Bles, Het Woordenbureau.

 

 

Klagende medewerkers: hoe pak je dat aan?

Wat doe je als leidinggevende wanneer collega A bij jou komt klagen over collega B? En wat doe je wanneer je de klacht niet herkent of niet zelf hebt waargenomen? Tijdens mijn coachtrajecten met leidinggevenden komen deze vragen regelmatig voorbij.

Wat je vooral niet moet doen is in de valkuil trappen om afzonderlijk met medewerker A en medewerker B te praten over wat je hebt gehoord. Want voor je het weet sta je tussen beide of word je partij. Daar komt bij dat je van B de vraag kunt verwachten wie er heeft geklaagd en wat er is gezegd. Lastig, want op dergelijke vragen kun je geen antwoord geven zonder het vertrouwen van A of andere collega’s te beschamen.

Marijn, teamleider van een grote afdeling, kwam in zo’n situatie terecht en wilde hier graag uitkomen. In onze coachgesprekken hebben we zijn situatie en de effecten ervan besproken. Ook zijn wens om het anders aan te gaan pakken. Om hem te helpen hebben we mijn stappenplan gevolgd, wat hieronder verder wordt uitgewerkt. Daardoor is er het nodige veranderd. Zowel bij hemzelf, als binnen zijn team.

Marijn (40) werkt in een ziekenhuis en geeft leiding aan zo’n 80 mensen. Zijn team bestaat grotendeels uit vrouwen en dat het onderling wel eens botst, dat is niet zo vreemd. Regelmatig staat er iemand aan zijn bureau om te klagen over een collega. Niet prettig, wel de realiteit. Maar wat hij ook doet, het gekibbel blijft en er wordt niets opgelost.

Marijn: “Dat begon flink op mijn schouders te drukken. Ik heb een drukke baan, mail en appjes blijven maar komen. Je wilt dan graag dat alles binnen het team lekker loopt en dat iedereen zijn verantwoordelijkheid pakt. Maar regelmatig staat er iemand aan mijn bureau om te klagen over een collega. Ik merkte dat medewerkers het lastig vinden om iemand direct ergens op aan te spreken, om elkaar feedback te geven. En omdat ze dat niet durven of niet kunnen, komen ze naar mij. Mijn valkuil is dat ik een echte oplosser ben, een regelneef, wil graag dat dingen worden uitgepraat. Maar door alle drukte kom ik daar niet aan toe. Dus hield het gekibbel aan, bleven mensen komen en kreeg ik er stress van.”

Coach en procesbegeleider

“Door het coachen van Ria ben ik de problemen tussen collega’s anders gaan benaderen. Ik moet ze namelijk niet zelf willen oplossen, maar het de ‘klagende’ medewerkers zelf laten doen. Dus niet als oplosser te werk gaan, maar als coach van de klagers. Of als procesbegeleider, wanneer ze er niet uitkomen. Ik ontdekte: als ik de klager leer om feedback te kunnen geven, dan kan hij het straks zelf. En dan hoef ik uiteindelijk alleen maar te faciliteren: ervoor zorgen dat medewerker A en B met elkaar om de tafel gaan zitten, naar elkaar luisteren en samen tot een oplossing komen. Daar maken ze dan samen concrete afspraken over. En komen ze er niet uit, dan gaan we een 3-gesprek aan. Met mij er bij als procesbegeleider.”

Win-win situatie

“Inmiddels heb ik de nieuwe aanpak al verschillende keren uitgeprobeerd en ik moet zeggen dat het goed gaat. Mensen uit mijn team moeten wel even wennen aan de nieuwe Marijn, maar ze hebben er begrip voor. Mijn manier van communiceren is duidelijker geworden, ik laat de dingen niet meer op z’n beloop en ik zorg ervoor dat medewerkers hun eigen verantwoordelijkheid gaan nemen. Ik merk dat medewerkers dat juist prettig vinden. Een pure win-win situatie. Zelf geeft het mij veel rust, het wordt weer helder in mijn hoofd. Ik merk dat ik door deze aanpak een stuk steviger in mijn schoenen sta!”

Collega A komt klagen over collega B. Wat doe je dan?


Stap 1: Feedback stimuleren tussen A en B
  1. Bespreek met A of hij de klacht zelf al met B heeft besproken.
  2. Als dat niet zo is, vraag dan wat A belemmert om dit te doen.
  3. Vraag hoe je A kunt helpen om de klacht met B te gaan bespreken.

Wat kan A zoal belemmeren?

  • Angst: collega A is bang voor de reactie van collega B.
    Bang om niet meer aardig gevonden te worden, om de relatie met B op het spel te zetten etc.
  • Onkunde: A weet niet hoe je op een constructieve manier feedback moet geven.
    Hij is bang voor de reactie van B en weet niet hoe hij daarop kan reageren etc.
  • Emoties: A heeft last van zijn eigen boosheid of verdriet.
    Hij vindt het lastig om een onderscheid te maken tussen zijn ergernis en de feitelijke situatie. Hij weet niet hoe hij zijn eigen emoties onder controle kan krijgen etc.

In alle gevallen help je A door coaching:

  • wat is precies de klacht (wie, wat, waar, wanneer)?
  • wat zijn feiten en emoties?
  • wat is het effect van de klacht op A, persoonlijk en in het werk?
  • wat wil A bereiken met B (gewenste resultaat)?
  • wat is de verwachte reactie van B? Hoe kan A daarop reageren?
  • Hoe kan A het gesprek met B het beste aanpakken?

Ter afronding: Spreek af wanneer A het gaat bespreken met B en wanneer jullie er samen op terugkomen.

Stap 2: Een 3-gesprek organiseren met A en B

Een 3-gesprek organiseer je:
1. Als A niet zelf in gesprek wil of durft te gaan met B.
2. Als A het erbij wil laten zitten, maar wel blijft klagen.
3. Als jij vindt dat de klacht opgelost moet worden.

Wanneer je het belangrijk vindt dat er wat gedaan wordt met de klacht, dan moet je A erop wijzen dat je de klacht niet accepteert zonder erover in gesprek te gaan met B. Pas dan kan er iets aangepakt en opgelost worden. Geef aan dat je B zult uitnodigen voor een 3-gesprek en dat jij de rol van procesbegeleider hierin aanneemt.

Deze aanpak kan een voorbeeldfunctie gaan vervullen voor de rest van het team. Door op deze manier om te gaan met klachten, bereik je stap voor stap dat medewerkers mét elkaar in plaats van over elkaar gaan praten. Jij hebt ze immers geleerd om hun eigen problemen op te lossen of – als dat niet lukt – hulp aan te bieden bij het oplossen hiervan.

Stap 3: Een 3-gesprek voeren in de rol van procesbegeleider

Randvoorwaarden voor een goed gesprek:

  • Een rustige kamer waar je niet gestoord wordt.
  • Voldoende tijd.

Start van het 3-gesprek (introductie)

  • Je vertelt waarom jullie bij elkaar zitten en wat het doel is van het gesprek.
  • Je geeft aan dat eerst A de gelegenheid krijgt om zijn klacht toe te lichten en dat B vervolgens hierop mag reageren.
  • Je licht jouw rol als procesbegeleider toe: A en B voeren het gesprek, zelf doe je er inhoudelijk niet aan mee.
  • Als procesbegeleider zorg je ervoor dat het gesprek tussen beide zo goed mogelijk verloopt, dat er geen ruis ontstaat. Dat emoties worden benoemd, dat er naar elkaar wordt geluisterd en dat er een oplossing komt waar beiden aan meewerken.
Het 3-gesprek

Exploreren van de klacht:

  • Je geeft als eerste het woord aan klager A. Vraag B om rustig te luisteren.
  • Stimuleer A om te vertellen: wat is zijn klacht/probleem (maak onderscheid tussen feiten en emoties), hoe heeft hij er last van in het werk, wat doet het met hem (emoties), wat zou hij graag anders willen en welke oplossing ziet hij.
  • Vraag B om de kern van A’s verhaal in eigen woorden samen te vatten. Geef B de gelegenheid om vragen te stellen ter verduidelijking. A kan deze dan toelichten.
  • Na het verhaal van A geef je B de gelegenheid om te reageren.
  • Vraag nu aan A om de kern van B’s reactie samen te vatten. Geef A de gelegenheid om vragen te stellen ter verduidelijking. B kan deze dan toelichten.
  • Zoek naar wederzijds begrip.

Aandachtspunten in het gesprek:

  • Als je merkt dat B zijn eigen verhaal gaat vertellen in plaats van te reageren op A, grijp dan in en vraag of B eerst wil reageren op A.
  • Schiet B in de verdediging of reageert hij met ‘ja maar jij ….’, benoem dan wat je waarneemt aan gedrag of emoties en vraag B om te reageren op wat A heeft gezegd.
  • Heeft B echt een punt, zeg dan dat hij straks aan de beurt komt als het punt van A is opgelost.

Oplossing zoeken:

  • Als je merkt dat de klacht voldoende is geëxploreerd, zoek dan samen naar een manier om de klacht op te lossen. Laat A en B beide hierover meedenken.
  • Richt je op een oplossing waar zowel A en B en jij als leidinggevende tevreden mee zijn.

Afspraken maken:

  • Spreek goed af wat de wederzijdse verwachtingen zijn en wie wat gaat doen. Vraag aan beiden hoe ze zich persoonlijk zullen inzetten om het probleem uit de wereld te helpen.
  • Spreek af wanneer jullie er op terugkomen.

Samenvatten:

  • Als de klacht voldoende is besproken, een oplossing is geformuleerd en de verwachtingen helder zijn, dan is het goed om de kernpunten nog een keer samen te vatten.
  • Check bij A en B of de samenvatting een goede weergave is van het gesprek en de afspraken die er zijn gemaakt.

Gesprek afronden:

  • Bedank A voor het bespreekbaar maken van de klacht.
  • Bedank B voor zijn medewerking aan het oplossen van de klacht.
  • Evalueer het gesprek: hoe tevreden zijn A en B over het gesprek.
  • Wens beiden succes met het realiseren van de gemaakte afspraken.
Aandachtspunt

Soms wordt in het gesprek duidelijk, dat het probleem niet werk-gerelateerd is, maar ontstaat door conflicterende persoonlijkheden. Maak dan duidelijk dat je professioneel handelen verwacht. Collega’s hoeven niet elkaars beste vrienden te worden, maar moeten wel professioneel samenwerken.

Wil je ook van klagende medewerkers af? Kom dan eens praten!

* Op verzoek van de geïnterviewde is de naam van Marijn gefingeerd.
©2017, tekst & interviews: Ria Freijsen, Talentwerk en Sabina Bles, Het Woordenbureau.

 

 

Help: mijn helpende gedachten werken niet!

Heb je last van een negatief zelfbeeld en wil je geen speelbal meer zijn van je emoties? Reken dan af met die belemmerende gedachten die je steeds opnieuw onderuit halen. Je kunt meer invloed op je gevoelens en je gedrag uitoefenen dan je zelf denkt. Hoe? Door belemmerende gedachten te vervangen door helpende en stimulerende gedachten, bijvoorbeeld volgens de RET-methode (Rationeel Emotieve Therapie). In mijn vorige blog ‘Hoe RET ik mezelf?” schreef ik hier al over.

Maar wat nu als RET niet voldoende blijkt te werken? Dat je het toch niet voor elkaar krijgt om anders over jezelf te gaan denken? Met andere woorden, dat je gewoon niet kunt geloven dat je nieuwe gedachten ‘waar’ zijn? Dan wordt het misschien tijd voor VBT (Value-Based Transformation).

Geloofwaardigheid, daar draait het om!

VBT is een methode die is ontwikkeld door Ien van der Pol. In haar boek ‘Coachen als professie’ schrijft ze erover. Zeer lezenswaardig! Geloofwaardigheid blijkt hier het sleutelwoord te zijn. Dat hoor ik ook terug in mijn cliëntgesprekken. Onlangs zei iemand nog ‘ik kan wel tegen mezelf zeggen dat het goed is zoals ik ben, maar ik geloof het gewoon niet’. En als je jezelf niet gelooft, dan lukt het ook niet om anders over jezelf te gaan denken. Mijn ervaring is inmiddels, dat VBT zeer effectief werkt.

Bij verschillende cliënten ben ik de methode gaan toepassen en hij werkt. Twee van hen vroeg ik om hun ervaringen te delen. Dat doen ze graag.

‘Ik ben goed genoeg zoals ik ben’

Vier jaar lang werkt Rianne (25) hard om haar verpleegkundige-diploma te halen. Blij is ze als ze daarna in het ziekenhuis als verpleegkundige aan de slag kan. Wanneer door bezuinigingen het aantal personeelsleden terugloopt, neemt de werkdruk en verantwoordelijkheid fors toe. Rianne kan de druk niet goed aan, verliest het plezier in haar werk en komt helaas ziek thuis te zitten.

Rianne: “Ik kon alleen nog maar huilen. Hoezo kan ik dit niet aan? Met school en studie had ik nooit problemen. En nu na een jaar werken zit ik thuis, ik schaam me kapot. Via mijn werk ben ik bij Ria terechtgekomen om te praten. Daar komt alles er uit. De scheiding van mijn ouders op mijn 11e, mijn enorme woede richting mijn moeder en het moeizame, onvoorspelbare karakter van mijn vader. Ik was een vaderskindje en ineens zag ik hem bijna niet meer. Op mijn 17e barstte thuis de bom en kwam ik terecht bij jeugdzorg. Dat bleek achteraf een goede stap. De gesprekken daar hebben me goed gedaan en de band met mijn moeder is versterkt. Ik begon met een opleiding tot schoonheidsspecialiste en studeerde daarna verpleegkunde. Het ging zo voorspoedig. Hoe kon het op mijn werk dan toch mis gaan?”

Confrontatie

“Tijdens onze gesprekken steekt mijn onzekerheid steeds opnieuw de kop op. We passen RET toe, maar dat helpt niet. Mijn onzekerheid blijft. Ria’s voorstel om de methode ‘Wat te doen als RET niet werkt?’ te proberen, grijp ik met beide handen aan. Op een groot vel papier moet ik alles opschrijven wat me dwars zit, om mezelf te confronteren met mijn belemmerende gedachten. ‘Ben ik wel goed genoeg?’ en ‘Wat zullen anderen wel niet van mij denken??’ en ‘Ik ben anderen alleen maar tot last’ blijken de rode draad.

In mijn hoofd ben ik niet goed genoeg en denken anderen daar net zo over. Ria laat me inzien dat dit MIJN waarheid is en niet die van anderen.”

Mijn nieuwe waarheid

“De volgende vraag is hoe deze gedachten mij vroeger hebben geholpen. Niet, dacht ik! Maar dat blijkt toch niet te kloppen. Ineens realiseer ik me, dat ik vroeger al niemand tot last wilde zijn. Altijd paste ik me aan om de lieve vrede te bewaren. Wat is nu de achterliggende positieve waarde van dit alles? Na lang nadenken kom ik uit op het volgende: ik accepteer anderen altijd volledig zoals ze zijn. Ik moet dus leren om mezelf ook te accepteren zoals ik ben. Een mooi inzicht.

Om mijn belemmerende gedachten om te buigen moet ik voor mezelf een zin ontwikkelen die mijn nieuwe waarheid behelst. Dat wordt: ‘Ik ben goed genoeg zoals ik ben’. Elke ochtend en avond herhaal ik deze zin bewust. En ploppen oude gedachten weer op, dan herhaal ik mijn zin opnieuw. Als een soort mantra. Nu, een paar maanden later, kan ik zeggen dat het helpt. Ik ervaar minder stress, relativeer makkelijker en kan de dingen accepteren zoals ze zijn. En dat komt vooral omdat ik mezelf accepteer zoals ik ben. Heel fijn!”

‘Positief verrast over de uitkomst’

Desirée is net verhuisd naar Utrecht en is bezig haar eigen adviesbureau op te zetten. Een drukke tijd, vooral omdat ze nog veel onderweg is voor haar huidige werk. “Op een netwerkborrel inspireerde Ria mij met haar verhaal over ‘Wat als RET niet werkt’. Daar wilde ik graag meer van weten.”

Desirée: “Met RET had ik als eens kennisgemaakt, maar deze nieuwe methode kende ik nog niet. Ik doe veel aan zelfreflectie en kijk altijd kritisch naar mezelf. Meestal té kritisch. Dus toen Ria op mijn pad kwam, wilde ik hier graag eens met haar over sparren. Waarom ben ik zo streng voor mezelf? Welke negatieve gedachten belemmeren mij eigenlijk? En interessanter, hoe pak ik die dan aan?”

Pittige jeugd

“Eenmaal bij Ria in haar praktijkruimte – een prettige, relaxte plek – ga ik aan de slag met A4’tjes en viltstiften. Eerst verkennen we mijn situatie, waar ik vandaan kom en waar ik nu sta. Ik krijg alle ruimte om mijn verhaal te vertellen en dat is fijn. Apart hoor, dat ik al vrij snel m’n ziel open leg voor iemand die ik eigenlijk niet goed ken. Maar de omgeving voelt heel erg veilig. Als kind heb ik nogal wat meegemaakt. Al jong ging ik uit huis en kwam ik terecht in pleeggezinnen. Dat heeft me gevormd. Mijn zelfvertrouwen en zelfbeeld deed het echter geen goed. Nog steeds heb ik daar last van in m’n dagelijks leven.”

Milder voor mezelf

“Vervolgens moet ik al mijn belemmerende gedachten opschrijven. Ik schrik van de hoeveelheid… Gelukkig moet ik er één kiezen die me het meest belemmert. Deze luidt ‘ik moet perfect zijn en mag geen fouten maken’. Daarna volgt de vraag hoe deze gedachte mij vroeger heeft geholpen. Geholpen? Ik ontdek dat ik vroeger geaccepteerd werd door mijn omgeving door me perfect te gedragen en geen fouten te maken. Vervolgens realiseer ik me dat ik van anderen helemaal niet verwacht dat ze perfect moeten zijn en geen fouten mogen maken. Kennelijk ben ik heel mild naar anderen, maar ontzettend streng naar mezelf.

De nieuwe helpende gedachte is snel gevonden: ik ben goed zoals ik ben (perfect zijn hoeft niet en fouten maken mag). Gek genoeg voelt het meteen goed. Elke dag zeg ik mijn ‘mantra’ en inmiddels geloof ik er echt in. Wat een opluchting!”

Baas in eigen brein

Overtuigingen of ‘gestolde gedachten’ sturen je gevoelens en gedrag. Zo creëer je je eigen waarheid. En niet alleen over jezelf, ook over anderen en over de wereld. Wil je dat een verandering duurzaam is en echt anders over jezelf gaan denken, dan zijn overtuigingen dus het kantelpunt.

Kun je een negatief zelfbeeld veranderen? Jazeker! Niemand komt op de wereld met negatieve overtuigingen en belemmerende gedachten over zichzelf. Je bouwt ze op in de loop van je leven, bijvoorbeeld door wat je meemaakt in je jeugd. Gelukkig zijn we als mensen niet ons denken, maar wel de maker van onze gedachten. En als baas van ons eigen brein, kunnen we onze gedachten (en dus ook onze belemmerende overtuigingen) veranderen.

Negatieve overtuigingen hoef je niet overboord te gooien, ze horen erbij. Ooit waren ze je beste vrienden, dan wel bescherm-engelen. Je had ze nodig om je te weren tegen narigheid en pijn. Ze hielpen je om te overleven. In die zin hadden ze dus een positieve waarde en boden ze bescherming, overleving en vermijding van iets wat te zwaar was. Sommige van die negatieve overtuigingen zijn echter doorgeschoten en hebben zich vastgezet in je hoofd. Onzichtbaar voor anderen, maar heel voelbaar voor jezelf. Nog steeds belemmeren ze je, terwijl de ‘situatie van toen’ al lang is veranderd. In de huidige situatie heb je ze niet meer nodig. Sterker nog, ze werken je tegen en belemmeren je om je doel te bereiken. Weg ermee dus!

VTB in 5 stappen

Wil een verandering voor jezelf geloofwaardig en duurzaam zijn, dan moet deze z’n basis vinden in de achterliggende of dieperliggende positieve waarde onder de overtuiging. Deze waarde dient als fundament voor de nieuwe overtuiging.

Stap 1: Bewustwording

Hierbij gaat het om bewustwording van ineffectieve, belemmerende overtuigingen die het negatieve zelfbeeld vormen. Met de overtuiging die het meest in de weg zit, gaan we aan de slag.

Stap 2: Positieve werking

Van de gekozen overtuiging onderzoeken we de oorzaken en oorsprong van deze ‘zelfblokkering’. Belangrijk om te achterhalen is hoe je de belemmerende overtuiging ooit nodig hebt gehad om te overleven. Hoe heeft deze je in positieve zin geholpen of waar heeft die je voor behoed. Wat is als het ware jouw ‘overlevingsstrategie’?

Stap 3: Achterliggende positieve waarde

Vanuit de positieve werking van de overtuiging zoeken we naar de positieve waarde die erachter ligt. Het is essentieel dat de cliënt deze zelf zoekt en formuleert!

Stap 4: Nieuwe stimulerende overtuiging

Met de nieuwe positieve waarde als uitgangspunt zoeken we naar een nieuwe stimulerende gedachte die de cliënt naast de oude belemmerende overtuiging kan zetten. Essentieel is, dat de cliënt de nieuwe positieve gedachte zelf formuleert en zich er in herkent. De helpende gedachte moet gebaseerd zijn op dezelfde (positieve) waarde als de belemmerende overtuiging. Dit bevordert de geloofwaardigheid en de garantie dat het werkt.

Stap 5: Beproeven

Zo, het voorbereidende werk is gedaan. Belangrijk is nu, dat de cliënt de gevonden waarde en nieuwe stimulerende gedachte een aantal keren hardop uitspreekt. Met volle overtuiging en in volle aandacht.

De ervaring leert, dat het uitspreken in het begin erg onwennig voelt. Het ‘schuurt en kraakt’ aan alle kanten. Het voelt vreemd, onnatuurlijk, geforceerd en gekunsteld. Dat is niet erg, het hoort erbij! En het is ook niet erg als de cliënt de komende periode terugvalt in de oude (vertrouwde) gedachtegang, de belemmerende overtuiging.

Een mooie uitspraak vind ik altijd: ‘Het is niet zo belangrijk hoe vaak je valt, belangrijker is hoe vaak je weer opstaat.’ Bij dit ‘leren’ van nieuwe, stimulerende overtuigingen zijn drie dingen essentieel: oefenen, herhalen en vinden van een anker. Zo word je elke dag opnieuw herinnerd aan je nieuwe overtuiging.

Gun jij jezelf een positief zelfbeeld? Kom dan gauw eens langs!

* Op verzoek van de geïnterviewden zijn de namen van Rianne en Desirée gefingeerd.
©2017, tekst & interviews: Ria Freijsen, Talentwerk en Sabina Bles, Het Woordenbureau.

Hoe RET ik mezelf?

Ben je een piekeraar? Denk je vaak dat je iets niet kunt of blokkeer je op kritieke momenten? Grote kans dat je last hebt van belemmerende gedachten …. over jezelf, over anderen, over de situatie. Best vermoeiend en frustrerend als je niet doet wat je graag wilt en het niet lukt om ontspannen en gelukkig te zijn.

Je ziet het pas als je het doorhebt, zei Johan Cruijff al. En zo is het hier ook. Als je niet in de gaten hebt hoe je jezelf belemmert, is het moeilijk om vat op het leven te krijgen. Toch kan het! Door anders te denken. Maar hoe doe je dat zonder ongevoelig en onverschillig te worden? Met Rationeel Emotieve Therapie (R.E.T), een methode waarmee je jezelf en je manier van denken en handelen onder de loep neemt. En verandert. Lees verder als je meer wilt weten!

Hoe RET ik mezelf?

Volgens de R.E.T.-theorie zijn het niet de gebeurtenissen zelf die je emoties veroorzaken en die je gedrag bepalen, maar je gedachten over die gebeurtenissen. Anders gezegd: Je manier van denken en fantaseren over een situatie bepaalt in hoge mate, hoe jij je voelt en hoe jij je gedraagt. Het bijzondere is, dat een situatie niet eens echt hoeft te bestaan, het kan ook een fantasie of een verwachting zijn.

R.E.T. houdt zich dus bezig met het denken. Want door middel van taal creëren we in onze gedachten een beeld van de werkelijkheid. Door op zoek te gaan naar irrationele, belemmerende gedachten  – en deze uit te dagen – kunnen we op het spoor komen van meer rationele, helpende gedachten die een positieve invloed hebben op hoe we ons voelen en gedragen. De kern van R.E.T. is dus: door anders (rationeler) te gaan denken en redeneren, ga je je anders (beter) voelen en ander (effectiever) gedragen. Met een positievere uitkomst.

Door jezelf onder de loep te nemen krijg je meer zicht op je manier van denken, je taalgebruik en de effecten daarvan in de praktijk. Het helpt hierbij om onderscheid te maken tussen waarneming, interpretatie en evaluatie.

Waarneming: Wat zijn de feiten en feitelijke gebeurtenissen, zonder mening of oordeel?

Interpretatie: Welke betekenis geven we aan deze waarneming? Bijvoorbeeld: je vindt iets is te hoog, te laag, te ver, te duur etc. Of juist geweldig, een uitdaging etc. Mensen geven verschillende interpretaties aan dezelfde feiten.

Evaluatie: Welke waardering kennen we toe aan onze waarneming? Dit gaat over ons oordeel. Bijvoorbeeld: ‘dit is enorm balen’, ‘dit is gevaarlijk’, ‘dit gaat me nooit lukken’. Maar ook ‘dit zal me lukken’, ‘ik ga ervoor’. Cruciaal is, dat de evaluaties de emotionele lading geven aan de dingen die we meemaken. Sterke negatieve evaluaties stuwen onze emoties (onnodig) hoog op. Wat vaak leidt tot angst, stress, boosheid, gespannenheid, verdriet, blokkeren etc. Sterke positieve evaluaties stimuleren juist.

Als we onze – niet helpende – interpretaties en evaluaties bewust worden, kunnen we ze ten goede veranderen. Het lijkt eenvoudig, maar het is een hele klus! Het vergt inzicht, wilskracht en discipline. Het levert echter veel op als het lukt!

Twee cliënten die bij mij een coachtraject volgden, vertellen graag over hun ervaringen met deze methode: Hoe ze ermee aan de slag zijn gegaan, wat het hen heeft gebracht en hoe ze nu omgaan met belemmerende gedachten.

Een prachtig inzicht in vijf stappen

Vijftien jaar lang had Saskia (47) een afwisselende, uitdagende baan vol deadlines. Maar ineens was ze er helemaal klaar mee. De grote werkdruk en de stress eiste z’n tol. Saskia had geen idee hoe het nu verder moest. Zag even geen lichtpuntjes. Samen met Ria ging ze op zoek naar de antwoorden. Onder andere door middel van RET.

Saskia: “Na een aantal gesprekken werd me al snel duidelijk dat ik het communicatie vak nog steeds omarm. Schrijven, organiseren, brainstormen, ik vind het heerlijk. Zolang de omgeving maar niet te commercieel is. Iets meer zingeving zou fijn zijn. Zo werd mijn zoektocht naar een passende baan steeds concreter.

Maar in elke vacature ontdekte ik wel iets wat me niet aanstond of dacht niet te kunnen. Ik werd er gestrest van en het zoeken stond me steeds meer tegen. Zat er überhaupt wel iemand op mij te wachten? Anderen kunnen het vast veel beter. Ik kan nooit voldoen aan al die functie-eisen.

Toen zag ik ineens een super gave baan, m’n hart ging sneller kloppen. Maar eh… ik moest ook rondleidingen geven. Meteen brak het zweet me uit als ik dacht aan die rondleidingen. Dat kan ik echt niet. Straks sta ik daar met m’n mond vol tanden.

Vellen papier

Ria liet me toen in vijf stappen kennismaken met RET en ze legde vijf vellen papier op de grond. Op het eerste vel stond gebeurtenis. Ik moest erop gaan staan en vertellen waar het precies over ging, zo feitelijk en concreet mogelijk. Die leuke vacature dus. Ik moest vertellen over de organisatie, de taken en eisen. Zonder oordeel. Staand op vel twee moest ik al m’n gedachten hierover uitspreken: wat ik er leuk aan vond, uitdagend en lastig. Zo kwamen we ook bij mijn gedachten over het geven van rondleidingen: dat kan ik echt niet, straks kan ik niet meer uit mijn woorden komen, mensen zullen me wel dom vinden. Nog meer? Ik ben daar niet geschikt voor. De vacature werd steeds minder leuk.

Op vel drie moest ik al mijn gevoelens uitspreken: stress, angst, paniek dus. En welke fysieke reacties ik erbij had: zweet. Op vel vier bracht ik mijn gedrag onder woorden: ik stop met zoeken, het staat me steeds meer tegen. Op het laatste vel zag ik de gevolgen van dit alles. Mijn gedachten verlamden me totaal, ik werd heel negatief over mezelf en ik kwam geen stap verder.

Ria liet me inzien dat je kunt oefenen om belemmerende, vaak irrationele gedachten een positieve draai te geven. Door te zoeken naar helpende gedachten. Ik ontdekte, dat ik me heel vaak de put in denk, dat het eigenlijk een ingesleten patroon is. Verandering vergt heel wat tijd. Maar de aanhouder wint. En zeg nu zelf: zo eng is een rondleiding geven toch ook weer niet. Zolang je maar weet waar je over praat!”

Mijn veerkracht is weer terug

Al zo’n 27 jaar werkt Annet (51) in de verpleging. Het past haar als een jas, ze is nu eenmaal het  zorgzame en verplegende type. Toch kwam ze vorig jaar thuis te zitten. Een nieuwe functie, nieuwe collega’s, een studie en de zorg voor haar gezin werden haar opeens te veel.

Annet: “Na een drukke dag kwam ik ’s avonds laat thuis, toen er ineens iets knapte in mij. Ik was zo boos en dat reageerde ik af op m’n man en kinderen. Geen idee waar het vandaan kwam, maar ’s avonds in bed kon ik alleen nog maar huilen. Toen de volgende dag een goede vriendin langskwam en zei dat ik waarschijnlijk overspannen was, kon ik haar niet geloven. Maar de huisarts bevestigde mijn burn-out en zo zat ik ineens thuis. Rust was het advies. En praten.

Via de bedrijfsarts kwam ik bij Ria terecht. Ik was toen al aan het re-integreren. Het was heel fijn om mijn verhaal bij haar te doen, om begrepen te worden. Want dat begrip miste ik in mijn nieuwe team. Mijn werk zelf vond ik nog steeds super leuk, alleen de omgeving speelde me parten. Dat had ik nog nooit meegemaakt. De rek was er uit.”

Zoveel onbegrip

“Ik ging met Ria aan de slag met de RET-methode. Ik paste deze toe op werksituaties waarover ik me verbaasde en die me kwaad maakten. Een voorbeeld: in mijn bijzijn praten twee collega’s met elkaar over hoe moeilijk het is om vrije uren op te nemen, omdat er met al die zieken nergens meer ruimte voor is. Deze opmerking sloeg bij mij in als een bom. Want ja, ik was zo’n zieke! Ria vroeg me eerst om al mijn gedachten op te schrijven. Die gingen alle kanten op. Van ‘Hoe kun je dit zo zeggen? Wat ben je toch een Miep.’ Tot ‘Wat een mentaliteit. Wat onaardig en respectloos.’ Daarna moest ik mijn gevoelens onder woorden brengen. Ik voelde me koud, emotioneel, verdrietig, gekwetst en boos over zoveel onbegrip. En ja, wat deed ik eraan? Niks. Gewoon verder gaan met koffiedrinken en zitten nadenken. Met als gevolg dat ik me niet meer thuis voelde in het team en me serieus afvroeg of ik wel op de juiste plek zat.

Minder boos

Al snel werd door RET duidelijk dat ik zo niet vooruit kwam. Dus gingen we samen op zoek naar wat me wel kon helpen. We onderzochten eerst hoe ik me zou willen voelen en wat ik het liefste zou willen doen. Praten natuurlijk, vanuit rust. Tegen mijn collega’s zeggen wat het met me had gedaan. En ineens kon ik hun antwoord verzinnen: ‘Jeetje, zo hadden we het niet bedoeld, 1000 keer sorry!’ ‘Zo erg zijn mijn collega’s nu ook weer niet.’ Toen ik me dat realiseerde zakte de boosheid meteen en kon ik weer reëel naar de situatie en naar mijn collega’s kijken. Het probleem is inmiddels uit de wereld. Ik laat me nu minder snel door mijn emoties leiden, ben me bewuster van mijn gedachten en laat duidelijker horen wat ik ergens van vind. En, ik ga weer met plezier naar mijn werk.”

Grondleggers van RET

De grondlegger van R.E.T. is Albert Ellis (1913-2007). Hij bracht een ware schokgolf teweeg in het veld van de psychotherapie met zijn Rationeel-Emotieve Therapie die hij in 1955 formuleerde. Het is de eerste van de cognitieve gedragstherapieën. De kern van RET is sterk gebaseerd op het stoïcijnse gedachtengoed (ca. 300 v. Chr.). Stoïcijnen geloofden dat het leven makkelijker en gelukkiger wordt als je het eigen denken verandert. Dat je in plaats van een lijder van een situatie een leider van je leven kunt worden door te oefenen in het keuzes maken zonder onzekerheid en gepieker vooraf, of zonder schuldgevoel en teleurstelling achteraf.

Werken met RET

RET helpt wanneer je gevoelens ervaart van angst, woede, verdriet, spanning, stress, schaamte, schuld die niet in verhouding staan met de werkelijkheid of met de reële feiten. RET helpt ook bij ‘eisende’ gedachten, zoals ‘moeten’, ‘niet mogen’, ‘behoren’. Bijvoorbeeld: ik moet slagen, ik mag niet falen, ze moeten me serieus nemen, het mag niet fout gaan, ik moet aardig gevonden worden.

Albert Ellis ontwikkelde hiertoe het ABC-model. Zelf werk ik liever met het 5G-model, ontwikkeld door de Nederlander Bartelds. Makkelijker te onthouden: 1) Gebeurtenis, 2) Gedachten, 3) Gevoelens, 4) Gedrag en 5) Gevolgen.

5-G model in schema

In de gekleurde blokjes zie je de 5 onderdelen van het model. Je ziet ook hoe de lijnen lopen. In essentie zie je, dat je gevoelens en gedrag niet rechtstreeks voortvloeien uit de gebeurtenis, maar voortvloeien uit de gedachten die je hebt over die gebeurtenis. Hoe meer belemmerende gedachten, hoe meer stress en hoe vervelender de gevolgen. Hoe meer helpende gedachten, hoe meer plezier en succesvoller de gevolgen.

Van alle 5 G’s heb ik geplastificeerde A4-tjes gemaakt. Daarnaast heb ik A4-tjes van Belemmerende gedachten en Helpende gedachten.

Stap 1 – Oriëntatie

Zittend aan tafel vraag ik de cliënt kort wat de situatie is en wat die met hem doet. Daarna vraag ik hem om alle gedachten rondom die situatie op te schrijven. Door dit zo te doen is alles uit zijn hoofd en kan hij zich beter concentreren op het vervolg.

Stap 2 – Gebeurtenis

Dan leg ik het A4-tje van de Gebeurtenis op de grond. Ik vraag de cliënt om daar op te gaan staan en nog eens precies te vertellen waar de situatie over gaat. Zo feitelijk mogelijk, zonder oordelen. We exploreren de situatie net zo lang totdat alles helder is. We constateren in hoeverre de situatie reëel is of in de fantasie bestaat. Of gebaseerd is op oud zeer uit het verleden.

Stap 3 – Gevoelens

Daarna vraag ik de cliënt om op het A4-tje van Gevoelens te gaan staan en te ervaren het is om daar te staan. Het komt vaak voor dat de gevoelens meteen opnieuw ervaren worden. Angst wordt letterlijk ervaren, het hart begint ineens sneller te kloppen, zweet breekt uit. We nemen de tijd om alles te exploreren en ik ben er alert op, dat gevoelens niet worden verward met gedachten. Speelt dit, dan benoem ik de gedachten en parkeer ze vervolgens.

Stap 4 – Gedrag

Even afkoelen en daarna de overstap maken naar het Gedrag. We staan nu stil bij wat de cliënt deed of juist niet deed in die situatie.

Stap 5 – Gevolgen

Tenslotte overzien we het geheel door op het A4-tje van Gevolgen te gaan staan. We blikken terug op de gebeurtenis, de gevoelens, het gedrag en onderzoeken wat de effecten ervan zijn. Eigenlijk zijn de effecten altijd negatief en ongewenst. Bijvoorbeeld: ik heb toch maar niet gesolliciteerd op die leuke baan omdat ik bang ben voor het geven van een rondleiding. Jammer, gemiste kans! Of: ik maak mezelf zo klein, dat ik niet krijg wat ik graag hebben wil.

Stap 6 – Belemmerende Gedachten

Nu stappen we over naar de Belemmerende gedachten. Deze veroorzaken immers de ellende… Ik vraag de cliënt om op het A4-tje te gaan staan en al die gedachten op te noemen. Hij had ze eerder opgeschreven, dus het lijstje halen we erbij als het nodig is. Door alles uit te spreken wordt de cliënt zich sterk bewust van de impact van al die gedachten en van het feit dat ze hem niet helpen om zijn doel te bereiken. Zo ontstaat vanzelf de behoefte om het anders te gaan doen.

Stap 7 – Helpende Gedachten

De vraag is nu: hoe zou de cliënt zich graag willen voelen, wat zou hij graag anders willen doen en wat zou het effect dan zijn. Dit onderzoek ik door hem opnieuw op de A4-tjes Gevoelens, Gedrag en Gevolgen te laten staan. Vervolgens vraag ik hem alle Helpende Gedachten te verzinnen die hem gaan helpen om zich beter te voelen, het anders te gaan doen en het gewenste doel te bereiken. Dit geeft meteen energie en rust. Twijfels pakken we op door terug te stappen op het A4-tje van Belemmerende gedachten. Vervolgens maken we afspraken over het oefenen in de praktijk. Soms helpt het om een symbool te zoeken dat hierbij helpt.

Stap 8 – In de praktijk brengen

Wat gemakkelijk lijkt in de spreekkamer kan in de praktijk van alledag nog behoorlijk lastig zijn. Drie dingen zijn hierbij belang: de wil om het anders te gaan doen, de discipline om het ook echt anders te gaan doen en oefenen. Doen dus. En accepteren dat je af en toe weer in oud gedrag terug zult vallen. Want dat hoort bij leren!

Wil jij ook meer zelfvertrouwen of geluk ervaren?

Kom dan eens RET-ten!

* Op verzoek van de geïnterviewden zijn de namen van Saskia en Annet gefingeerd.

©2016, tekst & interviews: Ria Freijsen, Talentwerk en Sabina Bles, Het Woordenbureau.

 

Waarom doe ik niet wat ik wil (en omgekeerd)?

Zo vaak hoor ik mijn cliënten verzuchten ‘Ik zou wel willen, maar het lukt me gewoon niet’ of ‘Ik doe steeds opnieuw dingen die ik eigenlijk niet wil’. Een paar praktijkvoorbeelden:

  • Ik weet dat sporten goed voor me is en toch blijf ik op de bank hangen.
  • Mijn agenda loop over, maar ik zeg nog steeds overal ja tegen.
  • Ik kan mezelf maar niet tot actie aanzetten. Wat houdt me toch tegen?
  • Vroeger was ik zo creatief, nu twijfel ik juist over alles.

Het lijkt er verdacht veel op dat er verschillende stemmen in jezelf met elkaar in gevecht zijn. De ene stem zegt ‘nee’ en de andere ‘ja’. Zodra ik dergelijke zuchten bij mijn cliënten hoor, stel ik mezelf de vraag ‘Is hier sprake van een innerlijk conflict of verdeeldheid’? Zo ja, dan is er gelukkig een methode die heel goed werkt om kennis te maken met die delen van jezelf die verantwoordelijk zijn voor je probleem. Door ermee te communiceren, laat je ze voor je werken in plaats van tegen je. Nieuwsgierig? Lees dan verder!

Innerlijke stemmen

Om helderheid te krijgen in het probleem van mijn cliënten, gaan we samen op zoek naar hun innerlijke stemmen. Wat zeggen ze? Hoe belangrijk zijn ze? Hoeveel impact hebben ze? Hoe lang worden ze al gehoord? Het inventariseren gaat als volgt. De cliënt schrijft eerst alle stemmen op en voorziet ze van een naam. Zoals regelaar, bemiddelaar, bemoeial, denker, doener, idealist, nieuwsgierig aagje, creatieveling, wikker en weger, onzekerheid etc. Daarna worden ze opgetekend in cirkels van verschillende grootte. Grote cirkels als de stem zeer luid en dominant is, kleine cirkels als de stem zwak is. Zo krijg je inzicht in de verhoudingen en de onderlinge relaties. Tenslotte kiest de cliënt met welke stemmen we aan de slag gaan.

Instrumenten

Als metafoor gebruik ik vaak ‘het orkest’, waarbij de instrumenten staan voor de innerlijke stemmen. Ieder instrument heeft zijn eigen klank, zijn eigen melodie en wil gehoord worden. Chaos ontstaat als ieder instrument zijn eigen gang gaat.

Voor de harmonie is regie van de dirigent noodzakelijk.

Werk je met innerlijke stemmen, dan is harmonie de taak van de Regisseur. De cliënt zelf dus! Met als cruciale taak om het goede uit alle delen te halen en ze harmonieus te laten samenwerken.

 

 

Twee cliënten die bij mij een coachtraject volgden, vertellen graag over hun bijzondere ervaringen met deze methode. Onderdeel van hun traject was omgaan met een innerlijk conflict.

De strijd tussen Irritant, Doe maar en Mooi

Ik zoek m’n talent. Met deze opmerking komt Kim (37)* bij mij terecht. Kim zit op dat moment drie maanden thuis. Haar laatste baan heeft ze na vier hectische maanden vaarwel gezegd. Ze stort zich thuis op een verbouwing, om ondertussen na te denken over haar next steps. Maar juist dat vele denken zet haar klem…

Kim: “Op zoek naar mijn talent dus. Denk ik. Want waarom houd ik het anders maar zo kort vol in een nieuwe baan? Ligt mijn passie wel bij een baan in de mediabranche? Moet ik het roer helemaal omgooien? Ik pieker me suf.

Om te laten zien dat de denker in mij me als het ware verlamt in plaats van verder brengt, stelt Ria een bijzondere aanpak voor met drie stoelen. Elke stoel vertegenwoordigt een van mijn stemmen, ook wel ‘ikken’ genoemd, die van binnen met elkaar overhoop liggen. Hoogste tijd om ze beter te leren kennen en ermee in gesprek te gaan.

We beginnen met mijn stoorzender, de negatieve ik. Ik geef haar de naam Irritant. Ze geeft me een ongemakkelijk gevoel, denkt heel veel en slaat daar soms in door. Hierdoor denk ik mezelf vast en kom niet meer tot actie. Mijn andere ik noem ik Doe maar, een daadkrachtig mens vol creativiteit, die voor zichzelf opkomt. Ze geeft me (positieve) energie. En dan is er nog Mooi, m’n derde ik die vertrouwt op haar intuïtie en gevoel. Van Doe maar en Mooi word ik blij, Irritant is gewoon irritant. Op de stoelen leer ik ze alle drie goed kennen: wat betekenen ze voor mij, wat is hun verlangen, waar hebben ze last van en wat willen ze eigenlijk?

Prachtig inzicht

Met deze nieuwe kennis over mijn ikken ga ik naar huis en in de weken erna merk ik dat Irritant heel vaak aanwezig is. Ze denkt alles kapot en het gekke is, het brengt me nergens. Ik merk dat Irritant de boel stagneert. Mooi en Doe maar krijgen veel te weinig aandacht. Een prachtig inzicht. Door meer op mijn intuïtie te gaan vertrouwen en te geloven dat het goed komt, word ik juist weer creatief. Het schudt de doener in mij wakker! Door het stoelenspel weet ik nu waarom ik zo vast zit in mijn gedachten en waarom ik stagneer in het daadwerkelijk doen.

Sinds kort heb ik een nieuwe baan als communicatieadviseur op een plek waar Doe maar en Mooi helemaal in hun element zijn. Tuurlijk is Irritant er af en toe ook, maar ik heb geleerd dat de denker in mij ook m’n kracht is. Zo lang ze maar niet doorslaat!”

Wikker & Weger <-> Creatief. Wie wint?

Als Mark (39)* als manager in een ziekenhuis start met een groot nieuw project, beginnen ook de twijfels. Vreemd, want tot nu toe ging alles vanzelf. Na zijn studie maakt hij snel carrière, trouwt, krijgt 2 kinderen. Maar de laatste tijd vraagt hij zich steeds vaker af of hij in deze baan wel zijn ‘kracht’ inzet. Mark wil hier graag over sparren met een onafhankelijk persoon. Dat wordt Ria.

Mark: “Ik begin dit traject als een zoektocht zonder kaders, zonder me vast te leggen op concrete resultaten. Nu ik een grote veranderslag in de organisatie moet leiden, wil ik vooral gecoacht worden. Geheid loop ik tegen problemen aan en die kan ik dan gelijk met Ria bespreken.

Het wordt een mooie reis. Elk gesprek opent nieuwe deuren en sluit andere af. Rode draad blijkt steeds ‘Wanneer sta ik in mijn kracht? Privé weet ik dat heel goed, maar qua werk kom ik er niet uit. Terwijl het juist daar altijd zo makkelijk ging. Ik maakte stappen, kon altijd mezelf zijn. Juist nu ik een grote verandering moet leiden komen de twijfels. Is deze weg wel de juiste? Zitten alle aspecten die ik leuk vind aan een baan er in? Doe ik waar ik goed in ben? Om dit uit te vogelen ga ik in 2-gesprek met mezelf.

Rollen omgedraaid

Hiervoor moet ik twee veel aanwezige eigenschappen van mezelf benoemen. De eerste is snel gevonden, ik noem hem Wikker & Weger. Deze beschouwer in mij is met tachtig procent heel nadrukkelijk aanwezig. Het andere deel noem ik Creatief.

Als ik op de stoel van Wikker & Weger zit, voelt dat niet comfortabel. Hij zit daar maar een beetje aan de zijlijn en voegt niet daadwerkelijk iets toe.

Eenmaal op de stoel van Creatief gaat er van alles stromen. Er wordt gelachen, ik kan omdenken en er zijn geen dilemma’s. Het leven is leuk! Maar met twintig procent komt Creatief er wel bekaaid vanaf.

Het werken met de stoelen zet het denken in gang over de verschillende delen in mij. Toegevoegde waarde is de bewustwording. Ik wil immers graag de rollen meer in balans hebben en de kwaliteiten van beide zo goed mogelijk benutten. Voor mij pakt dat erg goed uit. Creatief is inmiddels lekker bezig. Ik schilder weer en ik ben aan een opleiding begonnen om zelf coach te worden. Nooit gedacht dat dit traject zo’n fantastische uitkomst zou hebben!”

* Op verzoek van de geïnterviewden zijn de namen van Kim en Mark gefingeerd.

Werken met innerlijke stemmen

In de literatuur kom je de stemmenmethode ook tegen als werken met delen, voice dialogue, ik en mijn ikken of werken met subpersonen. Door namen te geven aan hun innerlijke stemmen leren mijn cliënten zichzelf beter kennen. Tevens kunnen ze in gesprek gaan met die delen in zichzelf die verantwoordelijk zijn voor hun probleem.

Door de stoelenmethode kunnen ze die delen onafhankelijk van elkaar onderzoeken, ermee in contact komen, verbindingen leggen en ermee onderhandelen over verandering. Milton Erickson (1901-1980) is hiervan de grondlegger, tevens inspiratiebron achter N.L.P. (Neuro Linguïstisch Programmeren).

Stappen

Stap 1 – welk deel?

Allereerst vraag ik de cliënt met welke stem hij aan de slag wil gaan. Vervolgens zoekt de cliënt een plek in de ruimte waar die stem het beste past. Daarna vraag ik een stoel op die plek neer te zetten en er dan ontspannen op te gaan zitten.

Stap 2 – word het deel!

Vervolgens vraag ik de cliënt om het deel te worden, zichzelf aan mij voor te stellen en iets over zichzelf te vertellen. Hoe ziet het eruit, hoe lang is het er al, hoe goed kent de cliënt het eigenlijk, hoe belangrijk is het in zijn leven, wat is het doel ervan en wordt het wel voldoende ingezet? Mijn rol als coach is exploreren. Zodanig, dat de cliënt alle ‘ins and outs’ van zijn deel goed leert kennen, weet wat de betekenis ervan is en wat het nodig heeft om optimaal te kunnen functioneren.

Stap 3 – uit de stoel

Na voldoende verkenning kijkt de cliënt van een afstandje naar de stoel. Vanuit de positie van Regisseur kijkt hij dus als het ware naar zijn eigen deel. Vervolgens bespreken we de ontdekkingen: wat valt je op, wat heeft het je te zeggen, wat vind je van je deel, hoe ga je ermee om, wat kun je doen om er plezier van te hebben, wat ga je met deze informatie doen?

Afhankelijk van het aantal delen dat de cliënt wil leren kennen, doen we de stappen 1 t/m 3 opnieuw. Net zolang tot de cliënt er goed zicht op heeft en weet hoe hij ze het beste kan benutten.

Wil jij jezelf ook beter leren kennen? Kom dan eens in de stoel zitten!

©2016, tekst & interviews: Ria Freijsen, Talentwerk en Sabina Bles, Het Woordenbureau.

 

Oud zeer? Laat het los!

Opeens vliegen ze je aan, die zeurende, belemmerende gedachten! Je krijgt een nieuwe klus of baan en je kunt alleen maar denken dat lukt me toch niet, een ander kan het veel beter. Of je komt zonder werk te zitten en het maalt maar door je hoofd ik kom nooit meer aan de bak of wie zit er nou op mij te wachten? Het zweet breekt je uit!

Herkenbaar? Gedachten en emoties die je niet helpen, maar die je ook niet kunt stoppen? Als je niet oppast ga je er echt in geloven en worden ze jouw waarheid.

Wat nu als die zogenaamde waarheden vast zijn gaan zitten in je hoofd? De kans is dan groter om vast te lopen in je leven of werk. Als je merkt dat bepaalde patronen zich herhalen, dat je last hebt van hardnekkige belemmerende gedachten of als je afstevent op een burnout, dan wordt het tijd om los te laten!

Twee cliënten die bij mij een coachtraject hebben gevolgd vertellen graag over hun ervaringen. Onderdeel van hun traject was ‘loslaten’, een wandeling met een opdracht. Bij allebei was het resultaat heel bijzonder!

Meisje in de fles

Suzanne (46)* komt begin vorig jaar thuis te zitten met een burn-out. Eenmaal thuis slaat de twijfel toe. Wat is er eigenlijk zo leuk aan mijn baan? Waar word ik blij van? Waarom is nee-zeggen zo moeilijk? Zoveel vragen waar ze samen met mij een antwoord op hoopt te vinden.

Suzanne: “Via mijn werk kom ik bij Ria terecht en er is meteen een klik. Na maanden thuis zitten weet ik dat ik niet terug wil naar mijn oude baan. Om weer gelukkig te worden moet het roer om. Doodeng hoor om mijn zekerheid op te geven, alsof ik op drijfzand sta. Om oud zeer los te laten stelt Ria een wandelsessie voor. Ik mag de locatie kiezen. Tevens moet ik een symbool meenemen dat staat voor hetgeen ik wil loslaten.

Een uur voor onze afspraak wordt het symbool me pas duidelijk: een poppetje in een glazen flesje dat al jaren bovenop mijn oude letterbak staat. Dat meisje laat precies zien hoe ik mij voel: opgesloten. Het meisje moet eruit, ze wil vrij zijn… Tegelijkertijd denk ik ‘En dan? Ik sla het glas kapot en is alles dan opgelost?’

Een beetje sceptisch begin ik aan de wandeling rond Spaarndam, voor mij vertrouwd terrein. De afgelopen maanden heb ik hier heel wat afgewandeld en nagedacht. Na ruim anderhalf uur staan we eindelijk stil bij een hek in een weiland en heb ik heel helder wat ik los wil laten: mijn onzekerheid, minderwaardigheid, perfectionisme. Oude waarheden die me steeds weer in de problemen brengen. Mijn nieuwe waarheid spreek ik hardop uit: ‘Ik mag zijn wie ik ben, dat is goed genoeg. Ik doe me niet meer anders voor om aan verwachtingen van anderen te voldoen.’

Uit de fles

Aan het einde van de wandeling is het tijd om oud zeer los te laten. Ik sla het flesje kapot. Pats! Het breekt in stukken en het meisje is vrij. Zo, dat voelt goed zeg!

Er valt een enorme last van mijn schouders, dat had ik niet verwacht. Niet alleen dat meisje in de fles is vrij, maar ook ik voel me bevrijd van mijn oude gedachten.

Maanden later helpt het ritueel me nog steeds. Soms als ik me onzeker voel, denk ik aan het poppetje en aan mijn nieuwe waarheid. Dat sterkt me enorm. Zij durft alles en ik steeds meer!”

Suzanne is inmiddels een paar maanden zelfstandig ondernemer, heeft haar eerste opdrachten binnen en is helemaal blij met haar keuze.

 

Baksteen om je nek

Na 34 jaar voor dezelfde baas te hebben gewerkt, houdt de baan van Erik (57)* op te bestaan. Hij past niet meer in het plaatje. Een moeilijke periode in zijn leven, waarin ook nog eens zijn vader overlijdt. Erik zoekt hulp en komt bij mij in begeleiding. Loslaten is belangrijk om een stap verder te komen in zijn leven.

Erik: “Na een oriënterend gesprek met Ria is onze tweede afspraak ergens buiten. Op een voor mij belangrijke plek in de natuur.

Het wordt het Noordzeestrand, omdat ik hier graag kom uitwaaien met mijn vrouw en we hier vroeger heel wat zonnige stranddagen met de kinderen hebben doorgebracht. Hier liggen mooie herinneringen.

Mijn voorbereidende opdracht is: ‘neem iets mee wat symbool staat voor hetgeen je wilt loslaten’. Ik wil af van alle ballast die al zo lang als een molensteen om mijn nek hangt. Het symbool wordt een baksteen! Deze wil ik op het strand begraven, om zo de ballast van me af te gooien.

Na een kop koffie in een strandtent wordt het tijd om de baksteen met een touw om mijn nek te binden. Zo lopen we een paar kilometer langs de branding, net zolang totdat ik een geschikte plek vind om de steen te begraven. Door de baksteen in te graven en mijn nieuwe waarheid duidelijk uit te spreken, laat ik mijn faalangst achter en het gevoel van ben ik wel goed genoeg?, kan ik dat wel? en waarom overkomt mij dit?

Het klinkt misschien vreemd, maar na deze handelingen voel ik me twintig kilo lichter. Als ik er nu op terugkijk is het een heel duidelijk markeerpunt geworden in mijn leven. De oude destructieve gedachten maken langzaam plaats voor nieuwe, positieve gedachten. Ik mag trots zijn op wie ik ben en wat ik allemaal gedaan heb ik mijn leven. Steeds meer focus ik me op de dingen die ik wèl kan. Het idee van dit loslaat-ritueel sprak mij meteen aan, ik zag er niet tegenop. Het enige wat ik een beetje lastig vond was het idee, dat mensen me zagen lopen met die baksteen om m’n nek.”

Inmiddels is Erik aan het werk als zelfstandige en durft hij weer te vertrouwen op zijn kwaliteiten en ervaring.

Loslaten, een wandeling met opdracht

Diepgewortelde negatieve overtuigingen ontstaan vaak op jonge leeftijd. Gevoed door het gezin waarin je bent opgegroeid en de boodschappen die je hebt meegekregen. Hoorde je vroeger vaak ‘je zus kan het veel beter’ of ‘wat ben je toch een brokkenpiloot’, dan kun je de overtuiging ontwikkelen zie je wel, ik ben niet goed genoeg. Uit angst om fouten te maken, ga je steeds harder je best doen.

Oude waarheden vervangen door nieuwe waarheden, dat klinkt gemakkelijk. Maar is het dat ook? Nee, zeker niet. Dat vergt de nodige inspanning en een goede voorbereiding.

Ter voorbereiding op de ‘loslaat-wandeling’ krijgen cliënten deze opdracht mee:

  1. Bedenk zo goed mogelijk voor jezelf, liefst in één kernzin, wat je wilt loslaten. Formuleer die zin zodanig dat je écht denkt: ja, dát is het, hier gaat het mij om.
  2. Denk vervolgens na over een symbool dat staat voor wat je wilt loslaten. Dit kan van alles zijn. Als je niet meteen iets kunnen vinden, ga dan niet krampachtig zoeken maar laat het symbool gevonden worden.
  3. Bedenk daarna op welke manier je het wilt loslaten. Je kunt bijvoorbeeld denken aan verbranden, begraven, verscheuren etc.
  4. Bedenk tenslotte, op welke plek je de handeling het liefste wilt uitvoeren. En op die plek spreken we af voor onze wandeling.

Op de afgesproken plek start de wandeling. Al pratend lopen we net zo lang door totdat we helemaal scherp hebben welke belemmerende overtuigingen losgelaten moeten worden. Ook komen we erachter waar die overtuigingen vandaan komen, wat ze doen met je zelfbeeld, wat de effecten zijn in het dagelijks leven en hoeveel verdriet en narigheid ze veroorzaken.

Daarna gaan we op zoek naar nieuwe waarheden die de oude moeten vervangen. Deze zoektocht leidt uiteindelijk tot een paar kernachtige zinnen die staan voor de nieuwe waarheid. Ze verwoorden precies waar het écht om gaat. Pas dan kan het ‘ritueel’ worden voltrokken met de juiste handeling op de juiste plek. Vaak komen er heftige emoties los, maar altijd is er grote opluchting en blijdschap. En de overtuiging dat er iets fundamenteels veranderd is.

Om in je nieuwe besluit te gaan geloven, moet je het blijven herhalen. Net zolang totdat het geloven erin een vanzelfsprekendheid is geworden en de nieuwe waarheid verankerd is in je denken, voelen en handelen.

  • Al wandelend doe je veel voorbereidend werk.
  • Zo kom je tot de essentie van wat je wilt loslaten en beetpakken.
  • De locatie en het symbool zijn cruciaal.
  • Je diepe gevoelens krijgen een plek.
  • Het loslaten werkt enorm bevrijdend.
  • Het ‘nieuwe besluit’ geeft je een boost!
  • Het effect is duurzaam.

Heb jij ook iets dat je los wilt laten?

Laten we dan eens gaan wandelen!

* Op verzoek van de geïnterviewden zijn de namen van Erik en Suzanne gefingeerd.

©2016, tekst & interviews: Ria Freijsen, Talentwerk en Sabina Bles, Het Woordenbureau.